EANM Focus Meeting 2026: nieuwe alzheimertherapieën maken goede diagnostiek en monitoring urgenter
Gepubliceerd op: 20-02-2026
Begin februari 2026 kwamen internationale experts bijeen in Palma de Mallorca tijdens de European Association of Nuclear Medicine (EANM) Focus Meeting 2026. Aanleiding was een grote verandering in het alzheimerveld: er zijn nieuwe behandelingen beschikbaar gekomen die het ziekteproces kunnen beïnvloeden. Dat biedt kansen, maar maakt ook duidelijk dat de zorg voor mensen met (verdenking op) alzheimer complexer wordt. In dit bericht lees je een terugkoppeling vanuit het onderzoeksproject TAP-dementia.
Het thema van de EANM Focus Meeting 2026 was 'An accurate diagnosis for an effective treatment with Molecular Imaging'. Dit betekent vrij vertaald: een nauwkeurige diagnose is nodig om een behandeling goed en veilig toe te passen. De Focus Meeting stond daarom in het teken van één kernvraag: hoe gebruiken we biomarkers en beeldvorming zo dat klinische keuzes beter onderbouwd, veilig en uitlegbaar worden?
Waarom deze Focus Meeting nodig was
Nieuwe therapieën brengen nieuwe verantwoordelijkheden met zich mee. In de praktijk ontstaan vragen als:
- Welke mensen komen in aanmerking voor behandeling?
- Welke testen zijn voldoende betrouwbaar om keuzes op te baseren?
- Hoe en hoe vaak monitor je effect en bijwerkingen?
- Hoe ga je om met onzekerheid en 'grijze zones' in uitslagen?
De meeting bood ruimte om dit samen te bespreken, ervaringen te delen en te zoeken naar gezamenlijke uitgangspunten en mogelijke overeenstemming die professionals kunnen helpen bij klinische besluitvorming.
Opbouw van het programma
Het programma volgde grofweg de stappen van het zorgproces en de vragen die daarbij horen.
1. Detectie van alzheimerprocessen (amyloïd en tau)
Er werd besproken hoe je aanwijzingen voor amyloïd en tau het best kunt meten en interpreteren. Amyloïd en tau zijn kenmerken die passen bij alzheimer. Daarbij ging het ook over verschillen tussen methoden, en wat je wel en niet kunt concluderen uit een uitslag.
2. Patiëntselectie voor behandeling
Een belangrijk onderdeel ging over de vraag: wie selecteer je voor behandeling en waar baseer je dat op? Hierbij speelde beeldvorming (zoals PET) een grote rol, maar ook de vraag hoe je uitslagen uitlegt aan mensen en hun naasten.
3. Monitoring van behandeling en bijwerkingen
Nieuwe behandelingen vragen om monitoring. Dat betekent: systematisch volgen of een behandeling werkt en of er bijwerkingen ontstaan. Hier kwam vooral MRI-beeldvorming terug, omdat dit helpt bij het herkennen van mogelijke bijwerkingen die op hersenscans zichtbaar kunnen zijn.
4. Co-pathologie (meerdere processen tegelijk)
Bij veel mensen spelen meerdere processen tegelijk, zoals bijvoorbeeld alzheimer én vasculaire veranderingen. Er werd besproken hoe je dat herkent en hoe dit je interpretatie en beleid beïnvloedt.
5. Preventie en vroege fase
Tot slot ging het over vroegdetectie en preventie: wat is nu al zinvol en wat is nog vooral onderzoek? Ook hier was de centrale vraag: hoe vertaal je complexe informatie naar verstandige keuzes?
Door het hele programma heen kwam steeds terug: niet alleen wat technisch mogelijk is is belangrijk, maar ook hoe je het verantwoord inzet in de praktijk.
Actieve inbreng vanuit onderzoeksproject TAP-dementia
TAP-dementia staat voor Tijdige, Accurate en gePersonaliseerde diagnose van Dementie. Vier collega's van dit onderzoeksproject hadden een actieve inhoudelijke rol in het programma:
Nelleke Tolboom
Nelleke had een belangrijke rol binnen de meeting. Ze had inbreng in de opening, tijdens discussies om tot overeenstemming te komen en tijdens de reflectie op het eind. Vanuit haar expertise in PET-beeldvorming ging het onder meer over interpretatie van uitslagen en de rol van PET bij patiëntselectie en klinische besluitvorming.
Elsmarieke van der Giessen
Elsmarieke droeg bij vanuit de nucleaire geneeskunde met een presentatie over tau-PET en de inzet van PET-beeldvorming bij selectie van mensen voor behandeling. Tau-PET is een speciale hersenscan die afwijkende eiwitten kan opsporen.
Meike Vernooij
Meike bracht expertise in vanuit MRI-beeldvorming en sprak over monitoring van behandelingseffecten en mogelijke bijwerkingen.
Charlotte Teunissen
Charlotte Teunissen was voorzitter van een sessie over het combineren van beeldvorming en biomarkers en was ook spreker over de sterke en zwakke punten van CSF-biomarkers (in hersenvocht) en biomarkers in plasma.
Wat nemen we mee naar de praktijk?
De meeting onderstreepte dat de komst van nieuwe therapieën vraagt om:
- Heldere criteria voor diagnostiek en selectie (en transparantie over onzekerheid);
- Afstemming tussen de disciplines nucleaire geneeskunde, de vakgebieden neurologie, geriatrie en psychiatrie, radiologie, klinische chemie en geheugenpoli’s;
- Goede communicatie met mensen met geheugenproblemen en hun naasten: wat betekent een test? Wat betekent het niet? En welke keuzes volgen daaruit?;
- Werkbare monitoring: niet alleen 'wat is ideaal?', maar ook 'wat is haalbaar en veilig?' in verschillende zorgcontexten.
De meeting laat zien dat het veld in beweging is. Internationale experts zoeken gezamenlijk naar verantwoorde kaders voor inzet van biomarkers in klinische besluitvorming. Het onderzoeksproject TAP-dementia draagt hier actief aan bij, zodat nieuwe kennis zowel wetenschappelijk onderbouwd als toepasbaar blijft in de dagelijkse praktijk.
Verdere terugkoppeling volgt.